Rondje Europa (14): Luxemburg

In deze reeks doen we een toertje van heel Europa en stoppen we elke week bij een ander land dat we nu of vroeger op het songfestival mogen of mochten begroeten. Onze stop ligt deze week bij een land dat we voor het laatst in 1993 op het songfestival zagen: Luxemburg! Luxemburg is na Malta het kleinste land binnen de Europese Unie. (Op het songfestival waren/zijn Andorra, Monaco en San Marino uiteraard nog kleiner.)

In het begin

Het groothertogdom Luxemburg was één van de zeven stichtende landen die in 1956 aan de wieg van het songfestival stonden. Enkel in 1959 ontbrak het land; daarna deed het onafgebroken mee tot het in 1994 niet meer welkom was door een te zwak resultaat het jaar ervoor. Luxemburg zou voortaan helemaal wegblijven. 

Grootste successen

Luxemburg won het songfestival vijfmaal; enkel Zweden (zesmaal) en Ierland (zevenmaal) doen het beter.   De eerste overwinning was er al in 1961 met Jean-Claude Pascal die met “Nous les amoureux” de Engelse groep The Allisons achter zich wist te laten.
De tweede overwinning volgde vier jaren later toen een piepjonge France Gall het ook beter deed dan de Engelsen wanneer haar “Poupée de cire, poupée de son”, een nummer van Serge Gainsboug, de overwinning binnenhaalde.  De Griekse Vassiliki Papathanasiou, beter bekend als Vicky Léandros (foto), maakte in 1967 haar opwachting met “L’amour est blue”. Hoewel ze slechts 4de werd, mocht ze in 1972 terugkeren. Wat niet lukte vijf jaar eerder, lukte nu wel: “Après toi” zorgde voor de 3de gouden medaille voor Luxemburg. Een jaar later zou Anne-Marie David Luxemburg aan zijn tweede opeenvolgende en in totaal vierde overwinning helpen. Haar “Tu te reconnaîtras” behaalde vier punten meer dan de Spaanse inzending “Eres tu” van de groep Mocedades. De laatste overwinning van Luxemburg kwam er exact tien jaar later. Ondanks concurrentie van de Israëlische Ofra Haza en de Zweedse Carola (die respectievelijk 2de en 3de werden) zou het toch Corinne Hermès zijn die met het nummer “Si la vie est cadeau” met de zegepalm zou gaan lopen.  Grappig detail: geen enkele Luxemburgse winnaar heeft de Luxemburgse nationaliteit. Vier zijn Frans en ééntje (Vicky Léandros) was Grieks. 
Naast de winnaars waren er nog een andere grote successen. Ireen Sheer lanceerde haar carrière in 1974 met een 4de plaats voor “Bye bye I love you” en ook Lara Fabian deed hetzelfde in 1988 met “Croire”. In 1986 zorgde de Canadese zangeres Sherisse Laurence voor een bronzen medaille toen “L’amour de ma vie” ervoor zorgde dat het songfestival voor de allerlaatste keer een top 3 had uitsluitend bestaande uit Franse nummers (België won toen met “J’aime la vie” en Zwitserland eindigde 2de met “Pas pour moi” van Daniela Simons). 

Grootste flops

De zwakste resultaten kende het Groothertogdom in de jaren dat ze niet in het Frans zongen, maar in het Letzeburgs. Dat was het geval in 1960 met Camillo Felgen (toen werd Luxemburg laatst), in 1992 met Marion Welter (toen werd het land 21ste op 23 deelnemers) en ook bij zijn laatste deelname in 1993 waren er passages in het nummer “Donne-moi une chance” van de groep Modern Times in het Letzeburgs (zij werden 20ste op 25 deelnemers). Camillo Felgen zou zijn eer wel redden toen hij in 1962 terugkeerde en voor een zilveren medaille zorgde. Deze keer koos hij wel voor een lied in het Frans. Maar soms liep ook een lied in het Frans mis. In 1958 en in 1970 werd Luxemburg allerlaatste zonder het Letzeburgs te gebruiken… 
Soms pakte Luxemburg grootst uit met een gekende artiest, maar liet het uiteindelijke resultaat te wensen over. Plastic Bertrand is daar het beste voorbeeld van. Eind jaren ’70 scoorde hij nog een wereldhit met “Ca plane pour moi”, maar wanneer hij in 1987 zijn opwachting in Brussel maakt met “Amour, amour”, moest hij tevreden zijn met slechts 4 punten; goed voor de voorlaatste plaats. Ook van Baccara verwachtte men in het Groothertogdom waarschijnlijk meer… Na hun wereldhit met “Yes sir, I can boogie” lag de 7de plaats voor “Parlez-vous Français?” ook niet meteen in de lijn van de verwachtingen. Andere gekende namen als Nana Mouskouri (1963), Michèle Torr (1966) en Jeane Manson (1979) wisten hun faam niet in medailles om te zetten. Maar met 20 top 10-noteringen op 37 deelnames kunnen we de Luxemburgse passage op het songfestival niet als flop beschouwen.

Organisatie

Luxemburg stad, de hoofdstad van het Groothertogdom, zou viermaal als gaststad voor het songfestival fungeren. Enkel in 1974, sprong het Verenigd Koninkrijk in, toen Luxemburg voor het tweede jaar op rij het songfestival won. Tweemaal na elkaar organiseren was wat veel van het goede voor zo’n klein landje. Van de laatste Luxemburgse organisatie in 1984 wordt nog steeds met veel lof gesproken. Het land zorgde toen voor een zeer vlotte en jonge show, vooral geholpen door presentatrice Désirée Nosbusch, toen amper 19, die de show op een heel andere manier presenteerde dan ooit tevoren.  Geen stijve bedoening, maar een fris enthousiasme. 

Toekomst

Luxemburg wil sinds 1994 niet meer deelnemen aan het songfestival. Het land vindt de kostprijs om deel te nemen te hoog en ziet zichzelf niet meer in staat het songfestival te organiseren in het Groothertogdom bij eventuele winst. Het is gewoon te groot geworden. Ook is er blijkbaar weinig interesse bij het Luxemburgse publiek. Als onze zuiderburen van gedachte zouden veranderen, weet eurosongland het zeker te melden!

Share

Geef een antwoord

This website uses cookies. By continuing to use this site, you accept our use of cookies.